Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen

dinsdag 2 augustus 2016

Dag 2

Vandaag begon de dag met een lezing om 09:15 en het ging over de Londen Steelyard. De lezing werd gegeven door Stephen Halliday, een grappige en welsprekende man. Hij was op het allerlaatste moment opgetrommeld om de zieke dame die de lezing zou verzorgen te vervangen. Voordat ik deze lezing bij woonde had ik geen idee wat de steelyard was: ik wist niet eens van het bestaan ervan. The Londen Steelyard was een handelscentrum dat vooral werd gefrequenteerd door Duitse kooplieden uit de Hansesteden (dat waren de belangrijke handelssteden in het gebied dat nu Duitsland is). Het werd opgezet in de 12de eeuw en is pas in 1853 verkocht (waardoor het niet meer in handen van Duitse kooplieden was). De naam Steelyard dankt het waarschijnlijk aan de benaming 'scale'. Het wegen van de producten was in het handelsgebied van groot belang.

Daarna mocht ik van 11:00 tot 15:30 genieten van twee lezingen over het leven aan het hof. We hebben gekeken naar verschillende aspecten van het dagelijkse leven aan het hof. Het leven aan het hof was een uitsluitend publiek leven. Privacy was niet iets dat Middeleeuwse koningen kenden. Belangrijke vormen van tijdverdrijf waren het spelen van schaak en een soort van damspel met behulp van een dobbelsteen. Het meest belangrijke aspect van deze spellen waren de mogelijkheden tot gokken. Er werden enorme geldsommen vergokt aan het hof. Ook eten en muziek speelden een grote rol in het dagelijks leven.
Verder is de jacht voor veel koningen van groot belang geweest. Voor veel koningen was dit hun meest belangrijke tijdverdrijf. Ook tournamenten waarin ridders het tegen elkaar opnamen om zich op die manier op de oorlog voor te bereiden waren in trek. De tournamenten waren eerst puur gericht op training maar werden langzaamaan meer een vorm van show business.
Tussen de twee lezingen door ben ik even de stad Cambridge in gelopen om een Cambridge sweater te halen. Daar kan ik mooi mee pronken als ik straks weer thuis ben.
De tweede lezing van vandaag ging over de religieuze aspecten van het leven aan het hof. Aan bepaalde feesten in de liturgische kalender wordt aan het hof uitgebreid aandacht besteed. Het hof kan worden gezien als een religieuze gemeenschap. Ook heiligen spelen een belangrijke rol. Het prestige van een koningshuis wordt verhoogd wanneer zij een heilige voorouder hebben. Hier werd dan ook naarstig naar gezocht en soms werd er simpelweg een heilige 'gestolen'.

Na de colleges ben ik naar het Fitzwilliam gegaan om daar een expositie over Getijdenboeken te bekijken. Ik heb aan de getijdenboeken al eens een blogpost aan gewaagd. Helaas mochten er geen foto's gemaakt worden. Dat was jammer. Het was er erg druk en daarom had ik geen rust om de afbeeldingen rustig te bekijken. Dat was zonde. Sommige waren waanzinnig mooi. Gelukkig heeft het Fitzwilliam sommige afbeeldingen online staan. Ik was erg onder de indruk van Last Judgement van Albrecht van Brandenburg. Een afbeelding daarvan is op deze pagina te vinden. De kwaliteit van de scan is niet zo goed, maar je kunt wel een beeld krijgen.


Wat mij sterk op viel aan het gebouw waar het Fitzwilliam in is gehuisvest is dat dit gebouw versierd is met zuilen uit de Korintische orde. Op de foto die ik heb gemaakt is dat goed te zien. De tierelantijnen die boven op de zuilen zijn aangebracht zijn typisch voor de Korintische orde. Volgens wikipedia is het gebouw van het Fitzwilliam gebouwd om een museum in te huisvesten. Dat is best wel gek. De Korinthische zuil is een zuil die je eigenlijk alleen gebruikt voor overheidsgebouwen. Voor musea gebruik je normaal gesproken de wat meer bescheiden Ionische zuil. Ik vraag me af waarom die keuze is gemaakt.

Na het eten heb ik nog een lezing bijgewoond (vandaag was best wel druk). Deze lezing ging over verschillende Middeleeuwse steden. Ook deze lezing leed een beetje onder een informatieoverschot. Ik heb denk ik zeker 50 plattegronden van Middeleeuwse steden gezien in minder dan een uur. Daarnaast heb ik zeker 200 gebouw gezien. Dan is het lastig om nog op de specifieke karakteristieken te letten.


maandag 1 augustus 2016

Eerste colleges

Vanmorgen heb ik mijn eerste college aan Cambridge University gevolgd :). De colleges vonden plaats in de Faculty of Divinity. Alle colleges deze twee weken ga ik daar volgen. Ik heb een kaart gemaakt waar op te zien is waar alles zich zo'n beetje bevind. Ik slaap dus in Selwyn College, op een hoek, vlak bij de tuin. Door de tuin heen kan ik naar het campusterrein (Sedgwick Site) lopen. The Faculty of Divinity, waar ik de colleges volg, is op het kaartje makkelijk te herkennen aan zijn pacman achtige vorm. Ik heb er het woord colleges bij geplaatst. Onderaan Sedgwick Site bevindt zich het tamelijk kleine Museum of Classical Archeology. Daar ben ik vanmiddag geweest. De avondcolleges vinden plaats in het gebouw links van het museum, het gebouw ziet er op de kaart een beetje uit als een honingpot.
De eerste lezing vanmorgen ging over de ontwikkeling van Parijs als stad. Het eerste deel vond ik lastig te volgen. De docente schudde namen van koning uit haar mouw alsof het het alfabet was. Het tweede deel van de lezing ging ze in op het ontstaan van verschillende gebouwen in en om de stad. Dat was een stuk interessanter dan hoeveel hectometer land er onder welke koning bij kwam. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de Bastille door de koning was gebouwd om als residentie te gebruiken. Ik kende het alleen als gevangenis.

Van 11:00 tot 14:00 (met een betrekkelijk lange pauze in het midden, ik vermoed een lobby van de horecagelegenheden) heb ik college gekregen in mijn hoofdvak: Scandal, politics and glamour: courts and courtiers in medieval Europe, 1200-1500. Kortom, het hof in de Middeleeuwen. Ik kreeg daarbij les van de professor Nigel Saul die ik verassend genoeg al kende van een cursus over de Magna Carta (belangrijk juridisch document uit de Middeleeuwen) die ik online heb gevolgd. Deze colleges vond ik echt heel goed. Het niveau is hoog. Heel erg leuk. Ik heb hem nog de hele week en daar ben ik best wel blij mee :).

In de eerste twee colleges hebben we vooral gekeken naar de afbakening van courts (groep hoge edelen rond de koning) en households (praktische hofhouding rond de koning). Ook hebben we het huishoudboekje van Edward IV bekeken. De totalen kosten van zijn hofhouding per jaar lagen rond de 13000 pond. Dat lijkt nu heel weinig, maar dat was het zeker niet. De totale belastinginkomsten lagen zo rond de 30000 pond. 

Na de colleges ben ik door gelopen naar het museum dat op de campus ligt. Ik ben zelf niet de allergrootste sculptuurfan, geef maar schilderijen, maar de collectie die ze daar hebben is echt heel bijzonder. Ze hebben een hele grote aanzienlijke collectie (die ze op een hele kleine ruimte tentoonstellen) van beelden uit de Griekse en Romeinse oudheid. Dat is echt bijzonder. Veel kunstwerken die we nu als werken uit de oudheid kennen zijn kopieën van werken uit de oudheid die in de Renaissance zijn gemaakt. Gevolg daarvan is wel dat de beelden ofwel ingrijpend gerestaureerd zijn, ofwel stuk zijn. Dat ziet er soms best wel gek uit. 



In de Romeinse tijd werd het hip om de koppen van mensen realistisch af te beelden. Iemand werd dus natuurgetrouw, in plaats van als ideaalbeeld weer gegeven. In het museum hadden ze een bronzen kop uit de Romeinse tijd staan. Dit is een beeld van een keizer. Ik moest best wel een beetje lachen want de gene die deze kop heeft gemaakt heeft de keizer van enorme flaporen voorzien. Ik heb geen idee of hij de flaporen ook daadwerkelijk had, maar nu ziet hij eruit als Dopey. 



donderdag 31 maart 2016

Het museum knalt de 21ste eeuw in

Musea hebben het imago van oude, stoffige, imposante gebouwen met een grote, zeer oude collectie.
Een museum is een monument van het verleden. De tentoonstelling in het Groninger Museum, David Bowie is, laat zien dat het ook anders kan. In het museum wordt je met gebruik van een koptelefoon en veel geprojecteerde beelden door het oeuvre van de vrij excentrieke Bowie geloodst. Het resultaat is op zijn zachts gezegd imposant en het doet afvragen of niet ook bij andere tentoonstellingen een dergelijke multimedia ervaring moet worden nagestreefd.

Het laten horen van muziek was in het geval van Bowie een voor de hand liggende keuze. Toch vond ik het een welkome afwisseling op de normale koptelefoontours die in musea worden aangeboden. Pas ben ik in het Boijmans naar van Bosch tot Breugel geweest. Ik vond dat een prachtige voorstelling maar ik vraag me wel af hoe ik de tentoonstelling had ervaren als de schilderijen en tekeningen door muziek en spraak waren verstrekt. Is er niet te achterhalen wat voor muziek kunstenaars beluisterden bij het vervaardigen van een bepaald werk?

Wat ook fijn is, is dat de koptelefoon weet waar je bent en daarom het geluid aan past aan wat je op dat moment ziet. Je hoeft dus niet bij elk voorwerp op een van de tientallen nummers op een apparaatje te klikken. Op naar de nieuwe museumbeleving :).